SPULLENSPULLENSPULLENSPULLENSPULLEN

Als kunstenaar ben je de hele tijd in de weer met spullen. Als je het kunstenaarschap heel fysiek opvat, dan zie je eigenlijk vooral alsmaar spullen zich verplaatsen. Het is een hoop gesleep.
Het derde kostuum dat ik voor ‘Ferengi’ aan het maken ben, heeft alles te maken met al die spullen die maar aan mij blijven plakken. Sommige jarenlang. Sommige nog van een oma of opa geweest…..

Echt bijna iedereen heeft té veel spullen.

In het boekje ‘Are we human?’ over design, staat over mensen dit:
Wat mensen onderscheidt van dieren is dat ze een onafgebroken stroom aan spullen ontwerpen en produceren. Met al dat ontwerp, herontwerpen ze tenslotte ook hun eigen gedrag en dat maakt mensen de enige soort die met al het benodigde ontwerp dat bedacht is ten behoeve van hun vergemakkelijkte overleving, tenslotte ook diezelfde overleving steeds kanslozer maakt. Met andere woorden, de mens ontwerpt haar eigen ondergang en staat er met een vreemd mengsel van trots en afschuw naar te kijken.

Oh jee! dacht ik. Hoe verhoud ik me hiertoe als kunstenaar? Ik ben een nestbevuiler! Misschien wel erger dan veel anderen! Ik bij uitstek ben aldoor bezig mijn gedachten in een fysieke vorm op de wereld neer te zetten. Uit mijn hoofd ontspruiten gedachten gemaakt van hout en touw en plastic en spullen en verf, objecten van aanzienlijk formaat!

Die spullen in hun specifieke samenstelling hebben weliswaar een idee en een betekenis meegekregen, er ingelegd door mij en door publiek, maar zodra het kunstwerk zijn werk gedaan heeft, kan ik niet ontkennen dat er heel wat materiaal betekenisloos achterblijft. Met de waarde is het gedaan als het kunstwerk is uitgewerkt.

Daarom vond ik dat ik voor dat derde kostuum alleen maar eerdere kunstwerken mocht recyclen, en eventueel nog spullen mocht gebruiken die ik al had en die op reis of ergens anders per ongeluk aan mij waren blijven plakken. Het moest een soort verzamelde gedachtenwolk worden. Een beetje rond of bolvormig.
Een Rolliebollie. In mijn hoofd werd dat de werktitel van de verzamelbol.

In Namibië noemen ze de mestkever een rolliebollie. Leuk woord.
Ik vroeg me af of er nog een andere gelijkenis was tussen het mestballetje van de kever en mijn werk, behalve de ronde vorm en het feit dat ik het gevoel had dat ik met een hoop shit loop te slepen. Waarom verzamelt een mestkever eigenlijk mest? Ik zocht het een en ander op over de mestkever.
De kever eet de mest, maar blijkt ook een belangrijke speler te zijn op het gebied van diversiteit. Behalve dat een kever per jaar ongeveer 100 kilo grond verzet, verspreidt hij ook heel veel zaden. Misschien zou je kunnen zeggen dat een kunstenaar, en nog meer een reizende kunstenaar met cultuur hetzelfde doet?
Daarnaast werd de mestkever door de Egyptenaren aanbeden als een heilig wezen omdat ze dachten dat de kever zichzelf keer op keer herschiep. De kever legt inderdaad een ei in een rolliebollie waaruit een nieuwe kever tevoorschijn kruipt. De mestkever kreeg in de hiërogliefen daarom de initialen XPR: de X staat voor ontstaan, de P voor scheppen en de R voor transformeren.

Ik eet misschien geen spullen, maar als kunstenaar heb ik ze toch wel nodig als ‘voeding’ voor ideeën. Ik transformeer spullen, zou ik kunnen zeggen…..
Zo beschouwd vind ik de bovenstaande tekst op de tas eigenlijk een compliment.

Gelukkig! Ik ben een strontkever!