Maakfabriek op reis 2

Met een reizende werkplaats doen we met bewoners ‘lokaal’ omgevingsonderzoek en wisselen van perspectief. Samen bedenken we culturele projecten voor en met de omgeving en laten al reizend kunstwerken achter in het landschap.

Dar es Salaam – Nafasi Art Space

De Maakfabriek is nu een goede 5 maanden onderweg met het project ‘Mobile Making Space’. Met een mobiele ruimte werken we onderweg samen met culturele organisaties en maken kunstprojecten met communities. Tot zover hebben we mooie dingen gemaakt en ging het zoals we hadden gehoopt.

Maar onze reis is ook begonnen als een zoektocht. We wilden een soort vrije ruimte vinden door op reis te gaan. Een ruimte, misschien een niet-fysieke ruimte, ontdekken waar de regels door ons zelf en degenen die we ontmoeten gemaakt mogen worden.
Een plek waar de gewone regels van de samenleving niet gelden en waar we niet hoeven worden beperkt door verwachting, politiek of geld. Dat is bijvoorbeeld een van de redenen dat we proberen om nooit geld met onze projecten te laten interfereren, en liever diensten uitwisselen in plaats van ervoor te betalen of ervoor betaald te worden.
Met onze zoektocht hopen we een alternatief beeld te krijgen van de samenleving door er met een artistiek perspectief naar te kijken in plaats van met het ‘gebruikelijke’ economische of politieke perspectief dat veel dominanter aanwezig is in de wereld.


Er zijn allerlei omstandigheden die dat moeilijk maken, zoals ongelijkheid, of bureaucratie. Jaja, bijna was er in Zambia geen project geweest vanwege papier erk en administratie, maar dat hebben wij gelukkig weten te omzeilen.
Hier bij Nafasi, waar we nu alweer bijna twee maanden zijn, wordt het weer wat makkelijker gemaakt.
Dit is van zichzelf al een vrijplaats. Een terrein vol met ateliers, werkruimtes, documentairemakers, lassers, beeldhouwers, kleinere creatieve bedrijven en een dansschool. In het midden staat een bar en een keuken waar elke dag een lunch wordt gemaakt, en waar vele gesprekken, discussies en samenwerkingen ontstaan.
Iedereen groet elkaar en niemand kijkt ergens van op. Op deze plek zijn andere regels aan het werk dan de traditionele regels van de samenleving buiten. Jongens dansen hier ballet en meiden in overalls lassen grote kunstwerken in elkaar. Hier bestaan er eenoudergezinnen en mensen zonder religie. Doordat hier veel zaken geaccepteerd worden die buiten de poort niet gebruikelijk zijn, hangen er ook graag mensen rond die geen kunstenaar zijn, maar die zich hier wel thuis voelen.

Zambia’s project was geweldig en we zijn er trost op, maar ook was het intensief. Intensief om iedereen zoveel mogelijk van dienst te zijn, maar ook om geen mening te geven als er gewoontes opduiken die voor ons onbegrijpelijk zijn. Een tienjarig meisje bijvoorbeeld, dat een hele huishouding moet doen terwijl haar broer van twintig werkeloos thuis is. Dat meisje wilde graag haar dagelijkse leven laten zien in het boek dat we maakten (bekijk het boek hier). Haar leven wordt in het boek alleen gepresenteerd en niet becommentarieerd.
Hier, bij Nafasi, is er een andere discussie, hier gaat het over kunst. Iedereen is het er al over eens dat de regels die hier gelden anders zijn dan die van buiten de poort, hoewel ze soms naar binnen sijpelen….

Nafasi had al een grote tentoonstelling in de planning staan met als thema ‘How did we get here?’. En de Maakfabriek werd gevraagd om daar ook een invulling aan te geven.

Onze persoonlijke reis en metamorfose heeft natuurlijk alles te maken met onderweg zijn. We wilden een antwoord geven als een groep en niet de vraag vanuit een persoon beantwoorden. Daarom hebben we de vraag betrokken op ons gemeenschappelijke ‘thuis’ en over hoe ons idee daarover is veranderd als je steeds een ander thuis hebt.
Waar bestaat het dan uit? Het is niet meer verbonden met de spullen of het fysieke huis dat normaal elke dag om ons heen staat. Hoewel spullen iets wel tot een thuis kunnen maken, worden ze onderweg tegelijk ook heel inwisselbaar.
Met zijn allen hebben we de installatie ‘floating home’ gemaakt.
Een verzameling losse, uit elkaar gevallen objecten die zich in een huis kunnen bevinden, maar die nog maar weinig betekenis hebben. Daartussen en omheen sijpelt een blauwe vloeistof die uit verschillende objecten komt en de losse elementen aan elkaar verbindt.

Joseph, een choreograaf die op dansschool Muda Africa heeft gestudeerd, maakte samen met danser Boni een performance voor ons werk.
De performance werd uitgevoerd tijdens de opening, en het festival ‘Asili Ni Tamu’, dat plaatsvond op 30 maart. Tijdens de performance waste Boni zijn gezicht met de verf die uit de wastafel van papier stroomde en schudde daarna mensen uit het publiek de hand met zijn met verf besmeurde handen.
De blauwe verf symboliseerde de verbinding met de mensen. En het is die verbinding die voor ons, terwijl we onderweg zijn, nu kan maken dat we ons ergens thuis voelen.

We hadden verwacht dat heel veel mensen zijn hand niet zouden aannemen, maar dat bleek niet zo te zijn. Er was maar één iemand die het niet deed. Na de performance begonnen de mensen die nu blauwe handen hadden ook elkaar de hand te schudden.

Terwijl we allemaal samen aan de papieren objecten hebben gewerkt werd er ondertussen nog een kat geadopteerd, een masterclass op UDSM, de universiteit van Dar Es Salaam gegeven in samenwerking met kunstenaar Safina Kimbokota, een chap chap workshop gegeven samen met Tanzanian FilmLab en door Mees en Sake een boomhut gebouwd.

Hoewel we ons hier goed in de kunstwereld hebben ingewerkt en we Nafasi ook als een community kunnen beschouwen, kunnen we wel zeggen dat ons ‘floating home’ ook een beetje op een floating island stond, of zoals je wilt, in een bubbel.
We weten niet veel over Tanzania’s andere communities dan de art community.

Wat we wel weten over de kunst community is dat er één vraagstuk erg aanwezig is: de identiteit van Tanzania. En dat is ook het vraagstuk waarmee de regels van buiten onder de poort door mee naar binnen sijpelen.
Het lijkt of iedereen ermee bezig is en alsof de meeste kunstenaars vinden dat het land in een identiteitscrisis verkeert. Het Swahili, dat alle stammen heeft verenigd, heeft er misschien aan de andere kant voor gezorgd dat identiteiten een beetje verloren zijn gegaan of vergeten worden. Staat eenheid misschien niet sowieso een beetje in de weg van identiteit?
Het is een ingewikkeld vraagstuk. Het levert discussie op, maar ook beschuldigingen en vooroordelen. Gelukkig levert het ook kunst op, zoals de tentoonstelling ‘How did we get here?’ liet zien.

Home away from home van Mees en Sake

Inmiddels willen wij ons floating home langzaam laten afdrijven richting nieuwe locaties. Maar dat is nog niet zo vlotjes gedaan. En terwijl we dagen van thuis zitten en wachten op plotselinge actie die nodig is afwisselen met in de hete stad op zoek gaan naar schoenen voor Sake, wordt het al spannender en spannender.
Gaan we het wel halen om naar India te gaan?
Na twee weken van bezoek aan kantoren, papierwerk, bezoek aan de belastingdienst (want onze wegenbelasting bleek verlopen!) blijkt dat we het schip dat we wilden halen echt gemist hebben en dat het verschepen van de mobiele werkplaats naar India veel te duur wordt, en vooral ook veel te lang duurt. We zouden dan in Mumbai meer dan een maand moeten wachten voordat de Magirus aankomt.

Daarnaast blijkt na enig onderzoek ook dat er slechts twee wegen over land India uitgaan. De ene voert door Pakistan. Vanuit Pakistan zouden we dan de grensovergang naar Iran moeten nemen om naar Europa te komen. Dat kan, maar het is een onderneming waarbij je met gewapende anti-terrorisme swats over de grens geëscorteerd wordt. En er is er maar één, met als gevolg dat we dan helemaal aan de andere kant van Pakistan beginnen en de langst mogelijke afstand door het land moeten afleggen. Dat vinden we niks met kinderen erbij.
De andere route is bijzonder aantrekkelijk: via Nepal naar Tibet, omhoog door China naar Mongolië, en dan linksaf door Kazachstan en Rusland naar Europa. Geweldig! Afstand: 15.000 km.
Na enig rekenen, de Magirus doet op wat mindere wegen maximaal 40 a 50 km per uur, en we willen niet meer dan 4 uur rijden per dag. Dat zou betekenen dat we er echt drie maanden over gaan doen en dan kunnen we niet één dag ergens stilstaan. Jammer!

Dus een change of plan: de Magirus gaat direct naar Iran, we rijden door Armenië, Georgië en Turkije weer naar huis. Het goede is dat we in Iran een heel bijzonder contact hebben met een meisje dat grafisch ontwerper is in een kunst-scene die bijna alle uitingen underground moeten doen.
Iedereen vind het jammer van India, maar nu hebben we wel de tijd om in Iran nog een project te doen.

Dorpsbezoek Pentauke, Zambia

Vanaf het begin hadden we aan Grace (de directeur van Barefeet) laten weten dat we heel graag een dorp wilden bezoeken, om te kijken hoe het leven is, maar ook om te kijken hoe de Magirus als culturele meeting space, kan werken.
Het één na laatste weekend is het zo ver. Het wordt een speciaal bezoek. Grace haar moeder komt uit het dorp waar we heen gaan en ze is er al meer dan tien jaar niet geweest. Ook Grace’ broer en zus gaan mee, 6 kinderen en John, Barefeet acteur en man van Grace en onze vriend.

De Magirus tussen de hutten.

Het dorp is prachtig. Mooie ronde hutten gemaakt van materiaal dat voor handen is. De rode typische Zambiaanse klei. Als het dorp om een of andere reden plotseling zou worden verlaten door zijn 700 inwoners kan het zo terug vergaan in de natuur.
Geen stukje plastic is er te vinden. En als het er al is wordt het zorgvuldig gerecycled. De grote 5 liter fles waarin wij water mee hebben bevat de volgende dag een huisgebrouwen maisdrank.

Pompoenbladeren afhalen.

’s Avonds laat arriveren we pas in het dorp. Hoewel iedereen de vrachtwagen al gezien heeft, worden we pas tegen tienen in de ochtend kalmpjes benaderd. “Hello, are you looking for something?”, zegt een oudere heer. We leggen uit dat we op bezoek zijn bij de zuster van Dorothy, maar we zijn haar naam even kwijt. We weten nog wel dat de dochter Margareth heet. “Ohwohw” is het antwoord. Wat zoiets betekent als oké. Met zijn handen op zijn rug staat de mijnheer rustig toe te kijken wat er allemaal naar buiten komt.
Als we bij Rose, want dat is haar naam, op het erfje verzameld zijn om ontbijt van maispap en thee te eten, verzamelt zich een groepje kinderen.
De volwassenen zijn allemaal werken op het land tot een uur of 11. Dan komen ze terug om te lunchen en beginnen met het andere werk dat moet gebeuren.
Dus ook pas om 12 of 13 uur gaan de paar winkeltjes open die er zijn. Waar je wat dingen kan kopen die lastig zelf te maken zijn. En ook wat chips en snoep en frisdrank. De kinderen komen steeds even kijken, en als je te dicht bij komt rennen ze weg als schuwe diertjes. We hebben ook David bij ons, een driejarige peuter, het zoontje van Grace haar broer. David vind het super grappig dat de kinderen bang wegrennen en gaat als een grommend monster op ze af. Waardoor de kinderen nog harder weg rennen.

Voor de Lusaakse kinderen is het dorpsleven net zo anders en nieuw als voor ons. ’s Middags komen er veel volwassenen even hallo zeggen, handjes schudden. Sommige willen vooral weten wie wij zijn en wat we van Zambia vinden, en sommige komen vooral met Dorothy praten, die ze nog van vroeger kennen. Als het gaat schemeren moet er even iets opgehaald worden uit de Magirus. Daar heeft zich een hele club kinderen verzameld. We laten ze een oude truc zien waarbij het lijkt of je het bovenste kootje van je duim afschuift. De kinderen staan met open mond verschrikt te kijken.
We hebben ook een paar goochelduimen bij ons met lampjes er in. Er ontstaat spontaan een voorstelling. En de kinderen zijn niet meer weg te krijgen. Steeds weer willen ze de trucen zien.
Als we geen zin meer hebben zegt Rose dat ze naar huis moeten gaan. En keurig braaf keren de kindertjes zich om om weg te gaan en ze zwaaien gedag.
Het dorpsleven is kalm. Men is er bezig met het dagelijkse en misschien met planning i.v.m. seizoenen. Er is geen ambitie of druk om iets te moeten bereiken.
Grace vertelt dat meerdere familieleden hebben geprobeerd om bij hen in Lusaka te wonen. Daar te studeren en een leven op te bouwen. Maar dat ze na enige tijd toch kozen om in het dorp te wonen. Na twee dagen daar een wat soezerig bestaan mee te maken en te helpen met het eten en de scharrelende varkentjes en kippetjes kunnen wij ons dat wel voorstellen. En toch begin je als haast vanzelf te bedenken hoe de wc, een hok met een gat in de grond, toch ook best een wc pot kan hebben waardoor het principe hetzelfde blijft, maar het toch prettiger gebruiken is. En dat een douche ook zonder waterleiding eigenlijk heel eenvoudig te realiseren is, en dat dat toch makkelijker is dan je wassen in een teil. En de keuken daar kun je eigenlijk ook wel een aanrecht in maken met een pompje om het water uit de emmers te pompen zodat je niet steeds hoeft te scheppen. Misschien nog die ramen…… en die….. en ga zo maar door, en voor je het weet heb je iets dat men vooruitgang noemt. En iets dat veroorzaakt dat je nog meer wil en dat het nog beter kan en opeens is er een stad. Een stad die zwaar milieubelastend is.
Ach ja, waar mijmeringen in een dorp al niet toe kunnen leiden. Voor je het weet heb je civilisatie.

Garden Compound, Lusaka, Zambia

Terwijl in Nederland de scholieren massaal de straat op gaan om te protesteren tegen klimaatverandering en hun ouders het verslag veelvuldig posten op Facebook, kijken wij in Zambia eens goed om ons heen en realiseren ons hoezeer dit een probleem van de rijke landen is. Er wordt wel met vingers gewezen naar de derdewereldlanden vooral als het om plastic vervuiling gaat, maar in Zambia wordt veel en veel minder energie verbruikt dan in Nederland. Er is een fotospecial in de maak over klimaatneutrale productie van goederen en de energiearme samenleving van Zambia. Binnenkort op onze website te vinden.

Na de ontmoeting met het geweldige team van Barefeet Theatre, besluiten we dat ’t het beste plan is om een project te gaan doen met jongeren in Garden Compound. Naast het werk dat Barefeet doet om straatkinderen aangehaakt te krijgen in de samenleving, proberen ze ook om ervoor te zorgen dat kinderen die in moeilijke situaties verkeren, niet kiezen voor een leven op straat. Garden Compound is een sloppenwijk in het hart van Lusaka.

Mensen wonen er eigenlijk op dezelfde wijze als er ook in de dorpen wordt gewoond. Er is geen waterleiding naar de huizen toe en ook geen riolering. Je deelt een gezamenlijk toilet met een groep huisjes en het water dat haal je uit een kraan of pomp, ook voor een groep huizen. De keuken is een verzameling wateremmers en teilen met schone en vuile vaat.
Koken gebeurt op een kookpotje waarin je onderin houtskool legt en bovenop een pan zet. Nshima wordt er met name gegeten, een dikke klont van gekookt maismeel waarmee je de andere gerechten, gebakken pompoenblad en of vlees, kunt oppakken. Bestek wordt er niet gebruikt. Het grote verschil met het leven in het dorp is dat er in de dorpen geen plastic en stadsafval te vinden is. Het is er een stuk schoner.

De huizen zijn klein. Het is geen uitzondering als er met zijn zessen op een matras wordt geslapen achter een opgehangen gordijn.
Nu het regentijd is gebeurt het een aantal keer per dag dat de mensen naar binnen moeten vluchten om te schuilen voor de regen. Er is weinig uitwijkruimte binnenshuis.
Aan de rand van de wijk staat een bibliotheek. Een van de weinige openbare plekken die binnenshuis zijn. En waar veel kinderen gaan schuilen als het regent. Er zijn heel wat boeken, maar er wordt door heel, heel veel kinderen gebruik van gemaakt. Er komen zo’n 300 kinderen per dag. De boeken die er staan zijn allemaal in het Engels.
In Zambia zijn er 7 officiële talen aangewezen van de 70 die er worden gesproken. Het Engels is officieel de eerste nationale taal, maar in Lusaka wordt er veel Bemba en Nyanja gesproken. De veelheid aan talen brengt met zich mee dat de schoolboeken in het Engels worden gemaakt. Hoewel de inhoud wel grotendeels is aangepast aan het Zambiaanse leven, geldt dat niet voor de verhalenboeken. Bijna alle boeken gaan over Engelse levens, maar van sommige boeken is de inhoud ronduit koloniaal. In Zambia laten ook de TV zenders bijna alleen maar buitenlandse content zien. Beelden die moeilijk te relateren zijn aan het gemiddelde Zambiaanse leven.

Als we aankomen bij Barefeet en het team ontmoeten, is er ook een deel van het team bezig te acteren voor een niew op te nemen soapserie. Er is namelijk een nieuwe zender gelanceerd, “Zambezi Magic”, die alleen maar Zambiaanse content wil laten zien. Opeens bedenk ik me hoe we in Nederland ook worden gebombardeerd met series uit Amerika: Netflix, Nickleodeon, Disney, Cartoon Network, en ga maar door. Hoe grappig zou het zijn als we in plaats daarvan alleen maar Zambiaanse series te zien zouden krijgen, of Indiase en Chinese soaps. Waarom niet?

De TV-crew aan het werk:

Na het zien van de boeken in de bibliotheek en de grote hoeveelheid kinderen die daarvan gebruik maken, ontstaat het idee om een boek te maken dat gaat over het leven in Garden Compound en de verhalen vertelt van de lokale geschiedenis. Dat zal kinderen en jongeren inspireren en ervan overtuigen dat ook hun levens en verhalen boeiend zijn.
Barefeet heeft ook een Childrens Council. Een groep jongeren die getraind is om hun peers te onderwijzen over life topics zoals aids, jong ouderschap en huiselijk geweld.
Ze doen dit vaak in de vorm van storytelling workshops en theateroefeningen.
Drie jongeren van deze groep worden ons vaste team. En daarnaast is er een art en drawing team: jongeren die bij de bibliotheek eens in de week samen komen om tekenlessen te krijgen. En een aantal los-vaste jongeren die af en toe meegaan.

We gaan vanuit de Magirus aan de slag. Onze Magirus in actie als lokale werkplaats en als samenzweerdershok van het team, maar ook als tekenruimte voor de vele, vele kinderen die een bijdrage aan het boek willen leveren.

Het team onderweg voor het oogsten van verhalen.

Drie weken lang doen we op drie dagen in de week intensief onderzoek in de wijk. We parkeren onze “Mobile Making Space’ elke keer voor Kafwa, een zelf opgezette school, waardoor de kinderen ons allemaal al heel goed kennen en al komen aanstromen om verhalen te komen vertellen en tekeningen te maken.
Het is een hele kunst om ervoor te zorgen dat iedereen aan de beurt komt, maar gelukkig is het team van de Childrens Council hier heel erg goed in.

We ontdekken zeer uiteenlopende verhalen over de wijk, dramatische en opmerkelijke, maar ook ontdekken we dat de wijk een geschiedenis heeft van zelfredzaamheid, en een haast anarchistische instelling. Het bewijs is te zien aan alle lokale initiatieven die er worden opgezet na weigering tot medewerking van de overheid.
Kafwa is er zelf ook een voorbeeld van. Een school met holistisch onderwijs die werd opgezet voor kinderen die om de een of andere reden niet worden geaccepteerd in een overheidsschool, of die dat niet kunnen betalen.
Want onderwijs is hier geen plicht, maar een recht. Dit betekent dat als je het niet kunt betalen je kan worden thuisgehouden door je ouders.
Ook beginnen veel kinderen eerder of juist later met school, afhankelijk van het werk en de inkomsten van de ouders. Hierdoor kunnen kinderen wel vier jaar in leeftijd verschillen terwijl ze wel in hetzelfde leerjaar zitten.

Kinderen die wel naar school kunnen/mogen zijn zeer gemotiveerd. Op een dag dat een van de docenten van Kafwa naar zijn andere baan was (hij is ook nog freelance elektricien) hebben wij hen eerst het een en ander geleerd over Nederland, Franse les gegeven en wat Japanse woorden geleerd. En alles werd netjes genoteerd in de schriften.

Na een dikke vier weken research, tekenen, schrijven en ontwerpen moeten we zien dat we het boek in een rap tempo geprint krijgen, want een dag later is er afgesproken dat de presentatie bij Kafwa wordt gehouden.
Gelukkig is alles na een dag lang bij de printshop zitten klaar!
Het resultaat is een kleurig boek met een plattegrond met de hand getekend door Juma, veel tekeningen van de kinderen uit de buurt, en vol verhalen over helden en over drama’s. Urban legends over krokodillen in het riool, die later echt waar blijken te zijn, want in de tweede week dat wij aan het werken zijn wordt er een flink exemplaar gevangen!
Het team van Barefeet staat klaar om de presentatie luister bij te zetten. Zodra de drummers beginnen te trommelen stromen de mensen toe. John en Thomas, de acrobaten, lokken een hoop geschreeuw en gejuich uit. Er worden traditionele dansen opgevoerd en er wordt gezongen. Als we het boek voor het eerst laten zien aan de kinderen stijgt er een gejuich op. En als we met een aantal pagina’s langs de grote kring lopen wordt er gejuicht en geklapt als de kinderen elkaar en hun werk herkennen.

De jongeren die onze vaste team vormden zijn blij. Ze hebben veel dingen ontdekt over hun wijk. Ook Barefeet is blij. En wij hebben een hoop geleerd. Over globalisering vanuit een ander perspectief, over formaliteiten en informele zaken. Over hoe kunst daartussen werkt.

Het weekend voordat we vertrekken is druk. Op donderdag moet het Barefeet team naar Ndola, een dorp in het noorden. Een Amerikaanse organisatie die daar een school heeft opgezet, heeft het jaar ervoor het Barefeet team naar Amerika gehaald. Daarom gaan ze nu optreden voor de hele school. Mees en Sake zijn ook in de show!

Helaas moet de chauffeur op één dag bijna 16 uur rijden. Terwijl de dag daarna een village visit is gepland. Meer daarover in dit bericht.

En tot slot, lieve mensen, en vooral sponsors die ons hebben geholpen onze mobiele werkplaats onderweg te houden, deze foto hadden jullie nog tegoed, als je hem nog niet op Facebook had gezien!
Als je ook je naam op de Magirus wilt, dat kan! Via deze link.

Bedankt!

 

Outreach

Vandaag hadden we een heel interessant en ook indrukwekkend programma. Samen met twee facilitators van Barefeet Theatre zijn we op ‘outreach’ geweest.

Outreach is een belangrijk onderdeel van Barefeets programma. Eén of twee facilitators bezoeken plekken in de stad waar veel zwerfkinderen bijeen komen, om daar met ze in contact te komen. Ze kletsen over allerlei dingen met ze, over hun leven, hoe ’t met ze gaat, maar ook over mogelijkheden en kansen. Vandaag hadden ze ook wat kleren voor de kids bij zich.

De facilitators kennen het straatleven erg goed; een van hen heeft een aantal jaar zelf op straat geleefd voordat hij een plek in een opvanghuis accepteerde. Nu is hij volwassen, en werkt hij voor Barefeet Theatre.

Door de straatkinderen simpelweg aandacht te geven, door naar hun verhalen te luisteren, proberen ze de kinderen in te laten zien dat er ook alternatieven mogelijk zijn, en ze te inspireren en stimuleren om grip te krijgen op hun leven.

Het was ontzettend indrukwekkend voor ons omdat we een hele hoop super lieve kinderen tegenkwamen, maar waarvan vele echter compleet gedrogeerd waren en hun lijf én hun leven ruïneren door continu aan plastic flesjes te snuiven.

Aan de andere kant ervaarden we de sociale structuur, de sociale gemeenschap, en de bescherming van de groep waarin ze leven. Ook deze kinderen hebben een dagelijkse routine, net zoals iedereen: hun kleren wassen, water halen, bedelen op straat, sociale activiteiten met elkaar. 

Maar zolang ze zelf niet de noodzaak voelen om iets te veranderen, zitten ze vast aan de plastic flesjes. En het is precies dit waar Barefeet en de Maakfabriek zich voor inzetten: eraan bij te dragen dat ook deze kinderen alternatieve mogelijkheden gaan zien.

Zambia

Bij de grens wordt er een soort toneelstuk opgevoerd lijkt wel. Er zijn 5 kantoortjes waar we langs moeten. Een vriendelijke oudere meneer legt uit in welke volgorde we moeten lopen. Eerst een bodyscan, want met koorts kom je de grens niet over. Dan de immigration, daar koop je een visum. Nu moeten we de Magirus nog naar binnen krijgen. Een verzekering, een Road Tax, en een clearance. Overal krijgen we een prachtig papier met glimmers en stempels en watermerken.
Het is al twee uur als we met een stapel mooie paperassen door de slagbomen het land in gaan. Livinstone redden we niet meer. Als om te bewijzen dat de papieren echt nodig zijn worden we om de 30 kilometer aangehouden en wordt er naar een van de deftige documenten geïnformeerd.
En daarnaast voelen we allemaal de verlichting in sfeer. Wat een gezelligheid in Zambia, iedereen zwaait en lacht naar ons. Of komt het doordat wij blij zijn om Namibië te verlaten?

Na drie dagen rijden en een bezoek aan de befaamde Victoria Falls bereiken we onze werklocatie Barefeet Theatre, in Lusaka! Een geweldige plek waar mensen werken aan theaterstukken en tegelijk aan het creëren van kansen voor kinderen die een leven op straat achter zich proberen te laten.

Hier een aantal foto’s van de wijk ‘Garden compound’ waar we aan de slag zullen gaan:

Namibië

In Namibië hadden wij niets van tevoren georganiseerd. Het land stond niet op de planning van werklocaties, maar kwam ertussen omdat onze mobile werkplaats naar Walvisbaai moest worden verscheept.
Hoewel we eerst begonnen waren toch iets ter plekke te organiseren, is ons bezoek aan Namibië vooral in het teken komen te staan van de Magirus, (onze vrachtwagen) en dieren.
Van tevoren hadden we van een vriendin in Nederland wel een aantal namen gekregen om contact mee op te nemen, waarvan Kirsten er een was. Zij haalt ons op van het vliegveld en we mogen een nacht in haar huis in de woestenij net buiten Windhoek logeren. Een ontzettend fijn welkom!

Maar we merken al snel dat er iets aan Namibië niet klopt… Alle mensen zijn boos of bang, daar lijkt het in eerste instantie op. Maar, denken we bij onszelf, geef jezelf minstens vier dagen om een beetje ‘feel’ te krijgen van wat er echt gaande is in een land. Hoewel een eerste indruk ook belangrijke info geeft van dingen die je na een aantal dagen alweer als vanzelfsprekend beschouwt.
Het is altijd boeiend om de ontvangst bij grenzen te vergelijken. Tot zover, Senegal: luie desinteresse, Ethiopië: een super blij welkom, Namibië: een blaffende dictator. Zegt het wat over de sfeer in een land?
Julus vroeg, toen we in Ethiopië landden: “Zijn er landen waar de mensen over het algemeen blijer zijn dan in andere landen? Waar de gemiddelde blijheid zeg maar gewoon hoger is?”. Alsof het niet iets met de situatie in het land te maken heeft maar meer met een volkshouding of zelfs met een soort volks-DNA. Een leuke vraag!
Ik (Dienke) heb op de master aan ArtEZ een journalistiek mini onderzoekje gedaan naar het vermeende ‘geluks-onderzoek’. Onze onderzoeksgroep stelde het onderzoek ter discussie omdat er buitengewoon veel vragen gingen over de welvaart van de persoon. Heb je een wasmachine, een tv, een laptop, etc.
We vroegen ons af of je daar geluk mee kan meten. Ons is bijvoorbeeld wel eens opgevallen dat op plekken waar mensen erg weinig hadden (geen koelkast, geen tv, geen kraan in huis), ze hun spullen wel heel netjes hielden. De zorg die er aan het karige bezit besteed werd leek mij ook een factor die geluksgevoel verhogend kan zijn. En daarnaast zijn er natuurlijk voorbeelden van mensen met genoeg of (te)veel bezit die niet gelukkig zijn.
In het geluks-onderzoek dat wij onder de loep hielden kwam Togo uit de bus als minst gelukkige land ter wereld. Daarom belden we de ambassade van Togo op, met de vraag hoe dat nu toch kwam, en waarom de bevolking van Togo de vragenlijsten zo negatief had ingevuld.
Veel mensen die zo’n vragenlijst beantwoorden vormen zich misschien een algemene mening over hun gedeelde tevredenheid die op elkaar afgestemd lijkt te zijn. In Nederland klaagt men steen en been, nooit is er iets goed genoeg, en toch komt Nederland altijd als een van de gelukkigste landen uit de bus. Hoe kan dat nu?
In Namibië lijkt iedereen bang. Of op zijn hoede. Niemand heeft vertrouwen in elkaar. Om de huizen staan enorme muren en daarboven op nog prikkeldraad met van die messen, en vaak nog een elektrische schokbedrading.
De welvaart is duidelijk in tweeën verdeeld. Hoewel officieel de apartheid al jaren geleden is afgeschaft en er niet meer wordt ‘gediscrimineerd’ is de welvaart nog steeds totaal ongelijk verdeeld. Alle witten (en ook de nieuwe gekomenen), wonen op boerderijen, of hebben er één (extra) en wonen daarnaast ook nog in de stad. Ze bezitten de bedrijven en zijn over het algemeen de werkgevers en niet de werknemers. Veel zwarte mensen maken een boze of anders arrogante indruk. Zo niet racistisch naar witte bezoekers toe. Die sfeer is overal te doorvoelen.
En daarnaast ziet het er kaal, té clean en te welvarend uit, terwijl het dat eigenlijk niet is.
Kirsten, die ons ontving, noemde Namibië ‘Afrika light’ voor toeristen die nooit eerder in Afrika zijn geweest. We begrijpen achteraf dat dat vooral gaat om het niveau van comfort. Alles werkt er. De organisatie is er goed en de douche en wc is overal schoon.
Maar wij vinden Namibië een zeer gecompliceerde sociaal emotionele oefening in ongelijkheid. Wat ons betreft ‘Afrika extra heavy’.

Walvisbaai is raar!
‘Vriendelijk’ verzoek om de keuken van het hostel netjes achter te laten.
In Namibië blijkt ook de vakantie al min of meer begonnen. Een van de contacten was een docent aan de kunstacademie, maar die is al gesloten en de studenten zijn naar huis. Daar valt helaas niet meer te werken. We besluiten de tijd in Namibië te besteden aan dieren en aan de Magirus.
Voor dieren komt iedereen hier. Sommige komen jagen, niet leuk. Maar gelukkig is ook dat heel steng gereguleerd en komen de meeste mensen de dieren gewoon bewonderen.

We halen met de trein de Magirus op uit de haven van Walvisbaai en rijden er mee terug naar Windhoek. Onderweg komen we vast te zitten in het zand! Omdat de schemering invalt en ons aangeraden is de auto niet te verlaten vanwege de vele wilde dieren, brengen we een nachtje door midden op de weg. De volgende ochtend worden we met hulp van voorbijgangers weer op weg geholpen.

In Windhoek verblijft de Magirus enkele dagen op het terrein van een garage. Er is een ontzettend vriendelijke monteur aan bezig die ons ondertussen alles laat zien wat hij doet, en hoe we het zelf kunnen onderhouden. Hij vindt het gelukkig heel leuk om het aan anderen te leren.

Na tien dagen Windhoek en gesleutel aan de wagen vertrekken we op weg naar Zambia, met als tussenstop een bezoek aan Waterberg en Etosha National Park, om dieren te gaan zien.
Mocht je naar Namibië gaan, dan kunnen we je beloven dat een bezoek aan een wildpark niet eens nodig is. De giraffen, zebra’s, bavianen en koedoes vliegen je om de oren.
Ongelofelijk en bewonderenswaardig hoe de dieren weten te overleven in de extreme droogte en hitte.

In het noorden van Namibië en de Caprivi wordt de sfeer beter. Er zijn traditionele dorpen waar we langskomen en omdat de witte bevolking er veel meer in de minderheid is, is er ook niet zo’n scheve verdeling.
Na Etosha gaan we via de Hoba meteoriet, een 3 meter groot brok ruimtegesteente, en een 3000 jaar oude Baobab boom naar Zambia.
Bij de boom zegt de ‘kassa’ meneer tegen ons: “rond de boom moet je even heel stil zijn, want die boom heeft je nog veel meer te vertellen dan Jezus Christus!”

Grazend zwijntje met het Waterberg plateau op de achtergrond.

NO2 buisjes met de Maakfabriek op reis

De Maakfabriek nam voor Buro Blauw een flinke hoeveelheid diffusiebuisjes mee, om op elke projectlocatie een luchtmeting te doen.

Buro Blauw is een onafhankelijk, internationaal opererend ingenieursbureau dat onderzoek doet naar luchtkwaliteit. Buro Blauw doet ook metingen in de buitenlucht, bijvoorbeeld vanwege klachten of overlast in de omgeving, toetsing van richt- of grenswaarden en om een eventuele bron vast te kunnen stellen. Buro Blauw nam de kans waar om een kijkje buiten Europa te nemen, en een hoeveelheid buisjes met de Maakfabriek mee te sturen om te zien welke verschillen er te vinden zijn.

De eerste stop en meetlocatie van de buisjes is Senegal. Tussen 5 en 23 november hebben de buisjes gehangen aan het balkon van Centre Culturel Le Château, St Louis (Senegal). In die periode is een gemiddelde NO2 concentratie van 8 µg/m3 gemeten.

De projectlocatie was een visserswijk op een landtong aan de Atlantische kust met aan de ene zijde de zee en aan de andere zijde de rivier de Senegal. Hoewel de stad in termen van afval en plastic ontzettend vervuild is en er een permanente stank van rottend afval hangt, was de luchtkwaliteit in de termen van Buro Blauw’s metingen toch erg goed.

Luister hier naar het straatgeluid van St Louis:

De zichtbare vervuiling was groot, en vandaar dat de Maakfabriek een project deed met betrekking tot bewustwording van de plastic vervuiling (meer info). De visserij lijkt er echter niet heel veel last van te hebben, want vis is er in overvloed. Gemotoriseerd verkeer en industrie is nauwelijks aanwezig. Dus een hoge score op de schone lucht!
Op naar de volgende locatie: Lusaka, Zambia.

Saint Louis Senegal – Pecheur de Plastic

Saint Louis
Inmiddels zijn we op weg naar onze tweede projectlocatie, na drie en een halve week op het Château Diagn’art. Op deze plek komt elke dag van 16:00 tot 20:00 een groep dansers samen. Jongens en meiden die met elkaar zoveel mogelijk willen dansen. Elke dag wordt er getraind en worden nieuwe moves aan elkaar voorgelegd.
Daarnaast zijn er verschillende dans- en theaterlessen en een mediagroep.
Het Château wil ook een platform zijn voor iedereen die iets te bieden heeft, of die iets wil organiseren.
Het Château ligt midden in de visserswijk op het Langue de Barbarie. Een lange landtong met aan de ene kant de Atlantische Oceaan en aan de andere kant de rivier de Senegal.

Plastic
Mensen hier willen niet graag op de foto of gefilmd worden. Ze denken dat we ons materiaal duur kunnen verkopen en geld over hun rug verdienen. Dat is jammer, want de vissers hebben mooie rituelen om de netten te verplaatsen of boten te water te laten.
De vrouwen kunnen soms hele stapels spullen op hun hoofd dragen zonder hun handen te gebruiken. En vooral de vrouwen, maar veel mannen ook, gaan heel kleurig gekleed. Als confetti zwermen ze door de verder vrij gelige bruinige straten.
In de vorige nieuwsbrief stond al dat er ongelofelijk veel plastic ligt hier. Het afval wordt elke dag met massa’s gedumpt in de zee en in de rivier. Als je er doorheen kan kijken is het echt een heel prachtige stad, maar wij hebben er moeite mee zoals alle toubabs (witten/buitenlanders). Als je bij de kraampjes, hokjes en winkeltjes plastic tasjes weigert vanwege het milieu begrijpt iedereen dat wel, maar meer omdat ze dat gewend zijn van toubabs, dan dat het voor hun ook belangrijk is.
Naast de visserswijk ligt op een eiland in de brede rivier de oude stad. Het is een Unesco Heritage. Daar lijkt er wel afval opgehaald te worden, vanwege de toeristen waarschijnlijk.
Het is moeilijk om er doorheen te kijken en daarom vinden we ook dat we er toch iets mee moeten doen met ons project.

De vrouwen
Adèle, de manager van het Château heeft ook gezegd dat ze het jammer vinden dat er weinig vrouwen in het Château komen. Daarom geeft Dienke speciaal voor vrouwen tekenworkshops. De eerste avond komen er 12 vrouwen, anderhalf uur later dan gepland, compleet opgedoft om mee te doen. Geweldig! Moussa, een van de crewmembers van het Château wilde net de deur van het centrum gaan dicht doen (het sluit namelijk om 8 uur, maar toen gingen we toch maar weer open).
De vrouwen komen niet veel hun huis uit. Er is een ingewikkeld sociaal leven met uitgebreide families die gezamenlijk rond een patio wonen. De vrouwen koken om beurten de lunch (om 14:30) en het avondeten om 21:00, voor veel mensen, wel 9 tot 15 personen. Dat doen ze in grote schalen op een heel klein kolenpotje, en dat duurt wel even. Het eten eet je met z’n allen uit een grote schaal, zittend op de grond.
Achter ons huis woont Thieka met allerlei familieleden, waarvan we er maar niet achter kunnen komen hoe de familie in elkaar zit.
Dienke geeft hen eerst de tekenopdracht om elkaar blind na te tekenen, zonder op je papier te kijken dus. Een opdracht die meestal voor veel hilariteit zorgt. Maar ze doen het één of twee keer en zijn er snel klaar mee, en vragen dan of ze het goed hebben gedaan. Ze doen het alleen voor ons, dat is duidelijk. Heel lief van ze, maar als het ze geen reet interesseert kunnen we beter wat anders doen. En dat doen we dan ook maar. Vertellen in Wolof en Frans hoe wij wonen. Dat Oscar eten kookt vinden ze geweldig. Dat moeten hun mannen ook maar eens gaan doen.

Pecheur de Plastic
Samen met de dansers van het Château hebben we een performance bedacht waaraan het publiek kan meedoen om aandacht aan het plastic te geven.
 
De dansers van het Château hebben een choreografie gemaakt waarbij ze in gele visserslaarzen van voor naar achter bewegen met netten en het plastic opvissen. Publiek en dansers krijgen blauwe handschoenen aan en zo lopen we in een grote vissende karavaan met z’n allen naar het begin van het eiland en dumpen het enorme monster van plastic aan het einde van het strand, als een monsterlijk gevangen vis.

Erosion
Een ironische probleem dook echter op afgelopen week. Er was enorm hoog water. Maar op de kant van de landtong waar wij zijn en waar ook het Chateau staat, zijn de huizen tot vlak aan het water gebouwd.
Door hoge golven die één of twee keer per jaar voorkomen worden er grote delen van de huizen zomaar weggespoeld.
Niet alleen is het wegspoelen van de huizen natuurlijk een veel groter probleem voor de Senegalezen dan het rondslingerende plastic, maar voor de performance was er om te beginnen ook maar de vraag of er wel een strand zou zijn.
En als het strand weer tevoorschijn zou komen ligt er dan nog wel plastic op?
En is alles niet al door de zee weggespoeld…

Na drie dagen toen het water weer enigszins gezakt was bleek het strand nog steeds erg smal. Maar plastic lag er alweer genoeg. Tsjonge, in drie dagen tijd. Als we iets verderop het strand op gaan dan kan de performance daar uitgevoerd worden.
De beweging die de jongens hebben gemaakt is prachtig. Met de gele laarzen is het erg spannend. Gaan ze er komen? Elke dag zegt Ablaye, onze geweldige begeleider en vriend, dat hij het de volgende dag hoort.
Uiteindelijk op de dag van de performance zelf, vlak voor het begint, dendert een groep vissers binnen, waaronder ook de broers van Ablaye, met zakken laarzen. Gelukkig! En wat geweldig! De vissers vertonen zich vrijwel nooit in het cultureel centrum.
Maar nu lenen ze niet alleen hun laarzen uit, maar blijven ook met zijn allen kijken. Er is ook publiek van de andere cultuur plekken in St. Louis, van het WaaW centre, en het Institut Francais.
De eerste ronde wordt in het centrum opgevoerd en daarna gaan we met de muziek en de dansers naar het strand. Meteen verzamelt zich een groep mensen en kinderen die de blauwe handschoenen willen.
Wat een groot publiek! In het begin rapen de kinderen hout en stenen op. Vinden ze dat afval? Het zegt iets over hoe ze het plastic niet als probleem of afval ervaren.
Op de kapotte kade die door de woeste golven de afgelopen dagen is aangetast, staat toevallig net de burgemeester. En hij wordt door lokale TV geïnterviewd. Dat is een mooie aanvulling van ons publiek, er ontstaat een heel oploopje.

Na een wat warrig eind vertrekt de dansgroep met het volle net weer naar het Château. Terwijl het publiek uitwaaiert blijven onze vrienden over waarmee we ons afscheidsfeestje vieren. Lekkere hapjes worden plotseling aangevoerd en Coura heeft bissap gemaakt, een felrood sap van hibiscus. De dansers buitelen over elkaar heen en proberen Mees en Sake zover te krijgen dat ze ook hun breakdance kunsten laten zien. Maar ze durven niet voor deze grote boys. De broers van Ablaye blijven ook over.
Hij heeft vijf broers, allen visser. Ze vertellen ons alles over het vissersleven, over het zingen bij het binnenhalen van de netten. Ze vinden het mooi dat we zo geïnteresseerd zijn. De performance vonden ze ook mooi, en het lijkt echt op hun werk, zeggen ze. De oudste broer van Ablaye vraagt: “waarom varen jullie niet een keer mee?”
Wat? Mag dat? Kan dat? Al die tijd hadden we boze vissers die niet op de foto willen en nu worden we op onze laatste dag plotseling uitgenodigd om mee te varen.
Iedereen gaat met iedereen de hele avond op de foto en iedereen vindt dat het te kort is dat we er waren.
Op het laatst blijven de vrouwen over. Ze klappen in hun handen en zingen een lied waarbij iedereen om de beurt een dansje doet. Tenslotte vertrekken zij ook en blijven we achter met Adèle om nog een biertje te drinken.

Het was een geslaagd project. Bekijk het filmpje van de dansers binnenkort op onze website.
Namibië here we come.

De geit en het schaap zijn hier wat in andere landen honden en katten zijn. Ze zwerven door de hele stad. En eten voornamelijk karton.

Vertrek: naar Senegal

Verbouwing
Heel hartelijk bedankt voor al jullie steun, hulp en donaties die er gedaan zijn! Echt fantastisch!
Er was een behoorlijk lange radiostilte gedurende de zomer van ons. Dat had te maken met de enorme hoeveelheid werk die er verzet is. Met hulp van vele mensen.
Hier zie je een foto van de geweldige werkplaats die we nu hebben en die inmiddels klaarstaat in de haven van Antwerpen voor vertrek naar Namibië.

De Magirus had zijn vuurdoop al gehad op de Dag van de Eng waar wij mochten staan als het goede doel van de opbrengst van de oogst van de Eng dat jaar.

7 huizen
Al weer zo lang geleden leek het dat we de tentoonstelling 7 huisjes aan het maken waren en hebben aangekondigd in de nieuwsbrief, maar het resultaat was nog niet verteld. De tentoonstelling heeft inmiddels een maand gestaan in de openbare bibliotheek en in het Forumgebouw van de WUR in april. Dit zal ook nog vervolg krijgen met een gastles voor studenten internationale betrekkingen aan de WUR. En ze zullen nog op andere locaties te zien zijn.

Maakfabriek op reis
Inmiddels zijn wij aangekomen in Senegal om ons nieuwe project te gaan uitvoeren. De Maakfabriek crew was een hele dag langer onderweg dan gepland omdat bij aankomst op Schiphol na lang wachten en vertragingen, onze vlucht uiteindelijk werd geannuleerd. Maar dat vonden wij helemaal geen ramp aangezien we in een superdeluxe hotel verbleven, en de dag die we moesten wachten op de nieuwe vlucht in het zwembad, de sauna en het Turks stoombad hebben gezeten. Zo konden we super uitgerust aan de lange trip beginnen.

Saint Louis
En nu zijn we er, in St. Louis, Senegal!
In het Cultureel centrum Le Chateau, Diagn’art. Het weekend om te acclimatiseren en maandag aan de slag met het eerste project. Hier wat foto’s van het straatbeeld hier.

Plastic
Plastic het nieuwe (of niet meer zo heel nieuwe) wereld thema. Als je de bodembedekking kan wegdenken is het allemaal prachtig hier, maar zoom eens in op de foto’s. Dit is hoe het is…:

De rivier de Senegal is het afvoerkanaal van het plastic van de stad. Wat kunnen we doen? Wie komt met het geniale idee om te bedenken hoe dit kan worden verwijderd, voorkomen, verdwijnen?
Want dat is wat ons vanaf de eerste minuut bezighoudt. Hoe kan deze milieuramp worden gekeerd die zich wereldwijd afspeelt en voor het overgrote deel de verantwoordelijkheid is van grote westerse en Chinese producenten…